Mater Sapientiaengels

Voorkant proefschrift

Werkvelden

Het onderzoek omvat drie delen. Het eerste heeft betrekking op het geestelijke moederschap van Monnica, het tweede op het goddelijke moederschap in relatie tot Augustinus, het derde op het goddelijke en het geestelijke moederschap in relatie tot de mens.

Monnica als geestelijke moeder

Monnica speelde een belangrijke rol in het leven van Augustinus, zoals blijkt in de Belijdenissen – zijn spirituele autobiografie. Zij voerde hem in in het geheim van zijn bestaan waarbij hij ontdekte dat God betrokken is op zijn leven. Deze inwijding bestond uit drie componenten: leven – dood – wedergeboorte. De component ‘leven’ wijst op haar opvoeding, waarbij ze haar kind vertrouwd maakte met het christelijke geloof. Daarmee bouwde Monnica bij hem een christelijk referentiekader op. Augustinus beschrijft zichzelf als een ‘geestelijk dode’ toen hij aanhanger werd van het manicheďsme. In deze periode bemiddelde Monnica het contact met God. Haar bemiddeling leidde tot een ‘wedergeboorte’ van Augustinus waarbij de goddelijke Geest haar geest in barensweeën bracht. De Geest had de leiding van dit proces en was op hen beiden betrokken. Deze inwijding werd bekrachtigd door de aanraking van wijsheid in hun hart tijdens het visioen van Ostia die Augustinus samen met zijn moeder beleefde.

Continentia als goddelijke moeder

Tijdens Augustinus’ bekering toonde de personificatie Continentia (de zelfbeheersing) zich als een goddelijke moeder. Hij beschrijft haar als de echtgenote van de Heer (Conf. 8.11.27). Deze relatie wijst op een inclusieve werkelijkheid van God: het vrouwelijke is mee opgenomen in de goddelijke werkelijkheid. Continentia confronteerde Augustinus met zijn begeerte en daarmee bracht ze in hem het besef van zonde teweeg, maar ook de noodzaak tot een ommekeer. Door hem de wet van Christus aan te reiken doorbrak zij in hem de tegenstelling tussen ‘vlees’ en ‘geest’ en kon hij zich inkeren. Zij riep hem niet op tot seksuele onthouding, maar tot een leven volgens de wet van de Geest die leven brengt in Jezus Christus, waaraan de wet van Mozes en ook die van Wijsheid ten grondslag ligt. Continentia spoorde hem aan zich over te geven aan God en deze overgave vestigde hem in het licht van de genade.

Mater Sapientia

Het onderzoek naar de mystagogische functie van het goddelijke moederschap bracht mij in contact met de personificaties van moeder Wijsheid en in het verlengde van haar: Christus als moeder. Zij verwijzen naar mater Sapientia, moeder Wijsheid in wie genade en waarheid is (Sirach 24, 24-25, Vulgaat). Moeder Wijsheid en Christus als moeder leven in Gods aanschouwing en hebben een permanente openbarende status, waardoor zij de geestelijke wezens en geestelijke mensen met de eeuwige voeding van waarheid verzadigen. Doordat het voor de mens die zich laat leiden door het ‘vlees’, niet mogelijk is deze eeuwige voeding te bevatten, wordt deze voeding omgevormd tot genade. Deze transformatie brengt Augustinus tot uitdrukking in de symboliek van het zogende moederschap (een moeder zet de voeding die zij tot zich neemt, om in borstvoeding voor haar baby). De omzetting van eeuwige waarheid (vaste spijs) in genade (melk) vindt plaats bij de incarnatie en de kenosis (Joh. 1, 1-14; Filip. 2, 6-8), waarbij God de mensheid tegemoet treedt om haar te verheffen. Deze genade is aanwezig in de mens Jezus, hij vertegenwoordigt haar gaven (Io.eu.tr. 98, 6). Hoewel moeder Wijsheid en Christus als moeder de genadegaven bereiden, stellen ze deze gaven niet zelf present. De rol van gastvrouw heeft de mens Jezus overgenomen van Wijsheid en haar genade plaatst Augustinus in de context van de christelijke initiatie. Deze genade brengt mensen in contact met het beeld van God dat in hun ziel aanwezig is, waardoor zij deelkrijgen zij aan het goddelijk leven.